Kennisniveaus

Home / Kennisniveaus

Kennisniveaus

Leerdoelen en Kennisniveaus:

Binnen het certificeringprogramma onderkennen we 4 kennisniveaus:

K1 – Herinneren.

Een kandidaat kan een term of concept herinneren, herkennen en oproepen.

Sleutelbegrippen:herinneren, herkennen, oproepen en weten.
Voorbeeld: Kan de definitie van “failure” herkennen als:
“het niet leveren van een dienst aan een eindgebruiker of andere belanghebbende” of
“eigenlijke afwijking van een component of systeem van de verwachte oplevering, dienst of resultaat”

 K2 – Begrijpen.

De kandidaat kan redenen of uitleg voor verklaring gerelateerd aan het onderwerp selecteren. De kandidaat kan samenvatten, onderscheid maken tussen, kan classificeren en uitleg geven betreffende feiten (bvb. vergelijken van termen), testconcepten en testprocedures (uitleg geven van de volgordelijkheid van taken).

Sleutelbegrippen: samenvatten, classificeren, vergelijken, in kaart brengen, tegenstelling, verhelderen, interpreteren, vertalen, representeren, concluderen, categoriseren.;

Voorbeeld: Geef uitleg waarom testen zo snel mogelijk moeten worden uitgevoerd:
“om fouten zo goedkoop mogelijk te verwijderen”
“om fouten zo snel mogelijk te vinden”
Geef uitleg over de overeenkomsten en verschillen van integratie- en systeemtesten:
“Overeenkomsten: het testen van meer dan een component, het testen van non-functionele componenten”
“Verschillen: integratietesten legt de nadruk op interfaces en interacties, systeem testen legt de nadruk op aspecten van het hele systeem, zoals end-to-end testen”.

K3 – Toepassen.

De kandidaat kan de juiste toepassing van een concept of techniek kiezen en toepassen binnen een bepaalde context. K3 is in het algemeen van toepassing op procedurele kennis. Er zijn geen creatieve acties bij betrokken zoals bij het evalueren van een applicatie of een softwaremodel maken. Wanneer we een bestaand model hebben en de procedurele stappen om testgevallen van het model te maken worden in de syllabus afgedekt, dan spreken we over K3

Sleutelbegrippen: implementeren, uitvoeren, gebruiken, het volgen van een procedure en het uitvoeren van een procedure.
 
Voorbeeld:

“Kan positieve en negatieve grenswaarden identificeren voor gebieden”
“Gebruikt de algemene procedure voor het maken van testgevallen om de testgevallen te selecteren van een statusovergangsdiagram (en een set testgevallen) zodat alle overgangen afgedekt zijn”.

K4 – Analyseren.

De kandidaat kan informatie onderscheiden gerelateerd aan een procedure of techniek in zelfstandige delen voor beter begrip en kan onderscheid maken tussen feiten en gevolgtrekkingen. Een typische toepassing is om een document, software, projectsituatie te analyseren en een voorstel te doen om voor het oplossen van een probleem of taak.

Sleutelbegrippen: analyseren, onderscheid maken, selecteren, structureren, nadruk leggen op, bijdragen, ontleden, evalueren, beoordelen, volgen, creëren, synthese, genereren, hypothese, plannen, ontwerpen, bouwen, produceren.

 

Voorbeeld:

“Analyseer productrisico’s en maak voorstellen voor preventieve en correctieve activiteiten”
“Beschrijf welk gedeelte van een incidentrapport feitelijk is en welk gedeelte afgeleid is van de resultaten”.

K5 – Evalueren

The candidate may make judgments based on criteria and standards. He detects inconsistencies or fallacies within a process or product, determines whether a process or product has internal consistency and detects the effectiveness of a procedure as it is being implemented (e.g., determine ifa scientist’s conclusions follow from observed data.)

 

 

Sleutelbegrippen: Evaluate, coordinate, detect, monitor. judge, critique Judge whether a specific review process has been effectively and efficiently applied in a given situation;
Voorbeeld:
  • Evaluate the test results and problem reports and propose a recommendation to the stakeholder whether further testing is required;
  • Evaluate whether a given set of test cases has achieved a coverage level;
  • Monitor the risk mitigation activities, propose improvements (includes summarizing results). The candidate puts elements together to form a coherent or functional whole. Typical application is to reorganize elements into a new pattern or structure, devise a procedure for accomplishing some task, or invent a product (e.g., build habitats for a specific purpose).

K6 – Creëren

 
Sleutelbegrippen: Generate, hypothesize, plan, design, construct, produce
Voorbeeld:
  • Generate an appropriate risk management process that includes both rigorous and informal elements;
  • Create the test approach for a project that considers the context of the company’s policy, project / product, test objectives, risks and timeline to form a dynamic strategy to balance an analytical strategy;
  • Construct a review process from the elements of different review types to form an effective process for the organization.